visie sociale huisvesting
De gebruikelijke terminologie “sociale huisvesting” mag ons inziens alleen nog betrekking hebben op de wijze van totstandkoming van een dergelijk project. Namelijk, het realiseren van goede woningen voor eerlijke budgetten in een realistisch economische context.
Bij het benaderen van een dergelijk project moeten we uitgaan van een meer fundamenteel begrip, nl. het wonen. Wonen is zoveel meer dan gehuisvest zijn of gehuisvest worden.
Onze taak bestaat erin een ruimtelijk materiële omgeving te creëren waarin men actief kan wonen. Wonen binnen een globale ruimtelijke dimensie. Met comfort en geborgenheid maar ook met oog voor de publieke ruimte.
Wonen in een evoluerende tijdsdimensie. Nieuwe levens- en relatievormen van de moderne mens vragen nieuwe woonvormen. Ondanks het fenomeen dat mensen nergens voorgoed thuis zijn, blijft het verlangen naar geborgenheid en zekerheid. Deze spanning tussen moderniteit en traditie moet niet verdoezeld worden maar in de architectuur voelbaar gemaakt worden.
Voor de toepassing van deze filosofie in onze concrete architectuurpraktijk moeten we terugvallen op een rationaliteit. Een rationaliteit die evenwel verder gaat dan het normale en evidente, een rationaliteit die de banaliteit ontstijgt. In deze rationele architectuur bestaan er enkele parameters waaraan elke goede architectuur kan worden getoetst:
- het rationeel gebruik van de schaarse open ruimte
- de ruimtelijke logica van de gebouwde weefsels
- de ecologie van bouwen en wonen
- de energiebalans
- levensduur en afvalbeheersing
- esthetische logica
- rationele planopbouw (compactheid, aanpasbaarheid en gebruiksgemak)
- ruimtelijke /sociale redelijkheid die privacy, veiligheid, integratie en tolerantie mogelijk maakt
Een sociaal huisvestingsproject kan vaak beschouwd worden als een cluster van huisvestingsmogelijkheden voor meerdere gezinnen. Ieder gezin moet zijn woning kunnen herkennen als de zijne, ieder onderdeel moet aanduidbaar zijn. Iedere woning moet deel uitmaken van een groter herkenbaar geheel. Ieder lid van een gezin moet enerzijds het verband ervaren tussen zijn intiemste levenssfeer (de kamer) met de gemeenschappelijke ruimten van het gezin (de woonkamer) en anderzijds de band voelen met de buitenwereld (gebouw-wijk-gemeente).
Het individu moet de mogelijkheid krijgen om, in functie van zijn inborst en de levensfase waarin hij zich bevindt, in meer of mindere mate deel te nemen aan het gemeenschapsleven.
Sociale huisvesting moet een antwoord bieden op de wisselende vraag van gezinnen naar meer of minder ruimten, of naar speciaal aangepaste ruimten.
De structuur van de projecten moet zich daarom steeds kunnen aanpassen naar deze nieuwe vraag, zonder al te grote bouwtechnische ingrepen. Dit verhoogt de duurzaamheid van het gebouw. Zo moeten de vaste elementen gegroepeerd worden, moet er gebruik worden gemaakt van assen, skeletbouw, ed.
Het is onze opdracht om dit waar te maken binnen de gestelde financiële beperking.
Bij het benaderen van een dergelijk project moeten we uitgaan van een meer fundamenteel begrip, nl. het wonen. Wonen is zoveel meer dan gehuisvest zijn of gehuisvest worden.
Onze taak bestaat erin een ruimtelijk materiële omgeving te creëren waarin men actief kan wonen. Wonen binnen een globale ruimtelijke dimensie. Met comfort en geborgenheid maar ook met oog voor de publieke ruimte.
Wonen in een evoluerende tijdsdimensie. Nieuwe levens- en relatievormen van de moderne mens vragen nieuwe woonvormen. Ondanks het fenomeen dat mensen nergens voorgoed thuis zijn, blijft het verlangen naar geborgenheid en zekerheid. Deze spanning tussen moderniteit en traditie moet niet verdoezeld worden maar in de architectuur voelbaar gemaakt worden.
Voor de toepassing van deze filosofie in onze concrete architectuurpraktijk moeten we terugvallen op een rationaliteit. Een rationaliteit die evenwel verder gaat dan het normale en evidente, een rationaliteit die de banaliteit ontstijgt. In deze rationele architectuur bestaan er enkele parameters waaraan elke goede architectuur kan worden getoetst:
- het rationeel gebruik van de schaarse open ruimte
- de ruimtelijke logica van de gebouwde weefsels
- de ecologie van bouwen en wonen
- de energiebalans
- levensduur en afvalbeheersing
- esthetische logica
- rationele planopbouw (compactheid, aanpasbaarheid en gebruiksgemak)
- ruimtelijke /sociale redelijkheid die privacy, veiligheid, integratie en tolerantie mogelijk maakt
Een sociaal huisvestingsproject kan vaak beschouwd worden als een cluster van huisvestingsmogelijkheden voor meerdere gezinnen. Ieder gezin moet zijn woning kunnen herkennen als de zijne, ieder onderdeel moet aanduidbaar zijn. Iedere woning moet deel uitmaken van een groter herkenbaar geheel. Ieder lid van een gezin moet enerzijds het verband ervaren tussen zijn intiemste levenssfeer (de kamer) met de gemeenschappelijke ruimten van het gezin (de woonkamer) en anderzijds de band voelen met de buitenwereld (gebouw-wijk-gemeente).
Het individu moet de mogelijkheid krijgen om, in functie van zijn inborst en de levensfase waarin hij zich bevindt, in meer of mindere mate deel te nemen aan het gemeenschapsleven.
Sociale huisvesting moet een antwoord bieden op de wisselende vraag van gezinnen naar meer of minder ruimten, of naar speciaal aangepaste ruimten.
De structuur van de projecten moet zich daarom steeds kunnen aanpassen naar deze nieuwe vraag, zonder al te grote bouwtechnische ingrepen. Dit verhoogt de duurzaamheid van het gebouw. Zo moeten de vaste elementen gegroepeerd worden, moet er gebruik worden gemaakt van assen, skeletbouw, ed.
Het is onze opdracht om dit waar te maken binnen de gestelde financiële beperking.

Visie sociale huisvesting.pdf (222.08Kb)